London is always a good idea

Binnenkort staat er nog een meeting in London gepland, maar deze week mocht ik eindelijk London eens verkennen als een ware toerist. Een vier-daagse citytrip bleek de uitgesproken opportuniteit om een andere kant te leren kennen van de London die ik tot nu toe kende.

CitizenM

CitizenM

De zoektocht naar een hotel op voorhand bleek niet evident. London is nu eenmaal een dure stad, én dicht bij het centrum zijn én een betaalbare en degelijke hotel is dus een moeilijke combinatie. Uiteindelijk, na tips op twitter en reviews heb ik gekozen voor de CitizenM aan bankside, op wandelafstand van Tate Modern. De kamers van CitizenM zijn identiek, er zijn geen suites of verschillen in luxe. Elke kamer is op z’n zachts gezegd, zeer compact, met een kamerbrede raam dat uitzicht biedt op de binnenkoer van het hotel. Technische snufjes zijn ook voorradig, zo vind je in elke kamer een Samsung tablet die controle heeft over de temperatuur, gordijnen en entertainment in de kamer. De bar van het hotel was elke avond bruisend vol met zowel hotelgasten als niet hotelgasten. Enige minpuntjes waren dat de metrostop niet meteen bij de deur was en dat de omgeving vooral een kantooromgeving was. Over metrostops gesproken, in London heb je in tegenstelling tot Amerika echt geen huurwagen nodig. Uw benen en goede schoeisel is zowat alles wat je nodig hebt om van het ene punt tot het andere te geraken. Dat en een Oyster card, de reispas bij uitstek voor metro, bus en andere openbare vervoer in London.

Hoewel London een dure stad is, wordt er veel goed gemaakt door het feit dat de meeste musea gratis te bezoeken zijn. In de meesten kan je een vrijwillige bijdrage geven of betaal je 1£ voor een map, maar dan nog is 5£ bijdrage een pak minder dat wat er in andere grote steden wordt gevraagd. Zo bezochten wij de volgende musea:

  • Tate Modern: hét mekka van de moderne kunst. Het gebouw is geweldig imposant, verdieping na verdieping loop je er heerlijk verdwaald tussen de verschillende tentoonstellingen. Wat de kunstwerken betreft blijft het moderne kunst, bij sommige stukken was het nogal bij de haren getrokken en bij andere stukken sta je er met je mond vol tanden. Les goûts et les couleurs…

    Tate modern

    Transformers 1.0

Astronauten voer.

Astronauten konden blijkbaar niet zonder hun blikje cola.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Museum of Science: ik ben dol op wetenschappelijke musea, sinds de Museum of Science and Technology in Chicago ben ik des te meer verkocht. Qua uitzicht kan de Museum of Science in London spijtig genoeg niet tippen aan die van Chicago, ook qua grootte is het beter handelbaar dan de Amerikaanse versie, maar qua inhoud was het zeker de moeite. Ook hier gaat het om een gratis musea, maar je moet er wel voorbij een balie met een lieftallige hostess die vraagt of je geen vrijwillige bijdrage wil schenken van minimum 5£ 🙂

    Churchill's onesie.

    De Lisa.

    De allereerste Apple desktop (1984)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Museum of Natural History: op een paar minuten stappen van het Science Museum ligt het Museum of Natural History in een adembenemende pand dat Harry Potter niet zou misstaan, om niet te zeggen gigantisch van formaat. We zijn er spijtig genoeg niet in geslaagd om alle zalen te zien en zijn vooral blijven hangen bij de dinosaurussen (because dino’s, yay!). Moest ik nog eens terug zijn en ik heb voldoende tijd, zal ik hier zeker en vast terug staan.

Waar je rekening mee moet houden is dat London dagelijks miljoenen toeristen over de vloer krijgt. Alle musea waar we geweest zijn waren ook overspoeld door scholen, toeristen en bewoners. Je moet dus best wel wat geduld hebben en indien je te claustrofobisch bent, zou ik vooral op rustigere momenten gaan. Hetzelfde geldt voor de tube. Tussen 8u en 9u ’s ochtends en 17u tot 18u ’s avonds, is de tube te mijden, tenzij je graag plakt tegen wildvreemden.

Covent garden straat artiest

Covent Garden jailhouse artiest.

Qua shopping is London een walhalla, maar hou er rekening mee dat de Britse pond een pak sterker staat dan de euro en dat je in de meeste gevallen tot 30% meer betaalt voor dezelfde merken die je hier kan kopen. Om het anders te zeggen, ik heb me heel flink gedragen. Persoonlijk zou ik vooral voor merken gaan die je hier niet zo gemakkelijk vindt en kijk naar het prijsverschil tussen £ en € op de etiketten. In sommige winkels waren beide bedragen identiek. Misschien dat ik de ruimte in Amerika zo gewoon ben geworden, maar de menigte aan Oxford Street en omgeving vond ik niet echt aangenaam. Hoe sneller ik weg kon van Oxford Street hoe beter eigenlijk.

In plaats daarvan vond ik het veel aangenamer vertoeven in en rond Covent Garden en Camden Market. Covent Garden is een markt vol met eetkraampjes en luxe merken. In Camden Market vind je eerder het tegenovergestelde, alternatievelingen en hippies rejoice! Onderweg naar de Londense zoo, zijn we heel lang blijven hangen in Camden net omdat het zo aangenaam was en niet overladen met toeristen. Ook aangeraden is Carnaby street, slechts een paar minuten stappen van Piccadilly Circus, maar veel karaktervoller en aangenamer om te shoppen en aan sightseeing te doen.
Iets wat mij ook opgevallen is, is dat Britten werkelijk op elk uur van de dag eten. ’s Morgens in de metro zie je al mensen met een breakfast burrito en ze stoppen niet meer tot het donker wordt. Rond lunchtime zitten alle restaurants, brasserieën, eettenten,…overladen vol en is het onmogelijk om nog een plaats te vinden. Een greep uit de eettenten die we bezochten:

  • The Table Café: ontbijt, brunch, lunch of avondeten. Hier kan je op elk moment van de dag terecht. Ga voor een dikke lunch pancake met omelet, worst en bacon voor een stevige maaltijd. In de bediening merk je pas echt het verschil tussen de Amerikanen die tegen iedereen praten, om het kwartier eens langskomen om te kijken of alles goed gaat en de iets meer afstandelijke Britten die al eens twee keer nadenken vooraleer te vragen of het smaakt.
  • The Refineryhipster heaven! Hier moet je een volle baard, skinny jeans en waxed hair hebben om aan de slag te gaan. Ook de setting was Instagram-waardig, tot in de wc’s. Bestel hier zeker een cocktail, vriendlief kreeg zowaar een cocktailglas met een theepot vol met – het moet gezegd worden – overheerlijke cocktail. Hipsters kunnen wat intimiderend overkomen voor gewone stervelingen, maar de setting was zeer ongedwongen en relaxed.
  • Ping Pong: dim sum-galore! Ik kan een hele maaltijd niks anders dan dim sums eten en Ping Pong is het perfecte antwoord hierop. Naast de klassieke dim sums bieden ze ook modernere versies en limited editions aan. Daarnaast kan je hier ook heerlijke en prachtige bloemen thee bestellen die een streling voor de smaakpapillen en het ook zijn.
  • Kintan: sinds de Gyu Kaku in Chicago zijn vriendlief en ik verknocht aan Japanse BBQ. Heel Japans zal het ongetwijfeld niet zijn, maar voor vleesliefhebbers en BBQ-lovers hoop ik dat er snel een variatie komt in België.
  • Fortnum & Mason: niet echt een eetplaats maar wel een tea shop om u tegen te zeggen. Vriendlief moest me tegenhouden of ik kocht heel de winkel leeg. Cupcakes, thee, koffie, chocolademelk, paaseieren,…alleen voor de verpakking al zou je de hele winkel leeg graaien.

Conclusie? London is zeker en vast een aanrader als je op zoek bent naar een combinatie van cultuur, eten en winkelen. Het is een plaats om heerlijk rond te wandelen en gewoon rond te kijken. Uw ogen en oren de kost geven en vooral genieten.

Ping Pong

Jasmine & Lily tea – Ping Pong.

The Refinery

Hipster cocktail: Goldfish in a bag @ The Refinery 

The Table

Lunch ‘pancake’ – Table Café

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s